Skip to content
Gids · 20 formules om zelf uit te rekenen

Wat is een KPI? Uitleg, kenmerken en 20 sales-KPI's met formule

KPI staat voor key performance indicator: een meetwaarde die laat zien of je op koers ligt voor iets wat je écht belangrijk vindt. De meeste uitleg blijft daar hangen. Deze gids gaat door: je leest wat een KPI onderscheidt van een gewone meetwaarde en van een doel, waar een bruikbare KPI aan voldoet, en daarna twintig concrete verkoop-KPI's — elk met de formule, een rekenvoorbeeld met normale mkb-getallen en de valkuil waar teams in trappen.

Gratis abonnement · 14 dagen proberen op betaalde abonnementen · Geen creditcard nodig

Kort antwoord

Wat is een KPI precies?

Een KPI (key performance indicator) is een meetwaarde die je bewust hebt gekozen omdat hij aangeeft of je een belangrijk doel gaat halen. Het verschil met een gewone meetwaarde zit in de keuze: alles wat je kunt tellen is een metric, maar pas als je aan een getal een norm, een periode en een eigenaar hangt, is het een KPI. Een doel is het resultaat dat je wilt bereiken; de KPI is de teller die onderweg laat zien of dat gaat lukken. In verkoop draait het meestal om een handvol KPI's rond pijplijn, conversie en doorlooptijd.

Belangrijkste punten

  • KPI = key performance indicator: een gekozen meetwaarde met een norm, een periode en een eigenaar
  • Metric = alles wat je kunt tellen; KPI = de paar tellers waar je op stuurt
  • Doel = het resultaat (250.000 euro omzet); KPI = de indicator onderweg (winratio, pijplijndekking)
  • Een bruikbare KPI is beïnvloedbaar door het team dat hem krijgt — anders is het een weerbericht
  • Vier tot zeven KPI's per team is genoeg; meer leidt tot rapporteren in plaats van sturen

Wat is een KPI? De definitie en het verschil met een metric en een doel

KPI is de afkorting van key performance indicator, in het Nederlands een kritieke prestatie-indicator. Het is een meetwaarde waarvan je bewust hebt vastgesteld dat hij aangeeft of je een belangrijk doel gaat halen. De nadruk ligt op key: het gaat om de weinige getallen die er echt toe doen. Zodra een lijst met KPI's dertig regels lang is, is het geen stuurinstrument meer maar een rapportage, en dan gaat niemand meer kijken. Het aantal dat in de praktijk werkt ligt tussen de vier en zeven per team.

Het verschil met een metric is een kwestie van keuze, niet van rekenwerk. Elke metric is een getal dat je kunt tellen: aantal websitebezoekers, aantal e-mails, aantal telefoontjes. Zo'n getal wordt pas een KPI als je er drie dingen aan hangt: een norm (waar moet het naartoe), een periode (per week, per maand, per kwartaal) en een eigenaar (wie doet er iets als het cijfer afwijkt). Zonder die drie is het een weetje. Het aantal bezoekers op je site is een metric; het aantal gekwalificeerde aanvragen per maand met een norm van veertig is een KPI.

Het verschil met een doel is een kwestie van volgorde. Een doel is een uitkomst: 250.000 euro nieuwe omzet dit jaar, of dertig nieuwe klanten. Een KPI is de indicator die onderweg vertelt of dat doel realistisch nog haalbaar is. Je kunt pas in december vaststellen of het doel is gehaald, maar je kunt in maart al zien of de pijplijndekking te laag is om er te komen. Daarom stuur je op KPI's en verantwoord je je over doelen.

  • Metric — alles wat je kunt tellen. Neutraal, geen norm, geen eigenaar.
  • KPI — een gekozen metric met een norm, een periode en een eigenaar.
  • Doel — de uitkomst die je wilt bereiken, meestal per jaar of per kwartaal.
  • Leidende indicator — loopt vooruit op het resultaat (offertes verstuurd, afspraken gepland).
  • Volgende indicator — bevestigt het resultaat achteraf (omzet, marge, verloop).

Waar een bruikbare KPI aan voldoet

De meeste KPI-lijsten sneuvelen niet omdat de cijfers verkeerd zijn, maar omdat niemand er iets mee kan. Een bruikbare KPI voldoet aan vijf voorwaarden, en je kunt ze in een paar minuten aflopen voordat je iets op een dashboard zet. De eerste is beïnvloedbaarheid: het team dat de KPI krijgt, moet hem met eigen gedrag kunnen veranderen. Een verkoper kan het aantal gesprekken beïnvloeden, niet de wisselkoers of de conjunctuur. Krijgt iemand een KPI die hij niet kan bewegen, dan is het geen indicator maar een weerbericht.

De tweede is eenduidigheid. Als twee mensen dezelfde KPI verschillend kunnen uitrekenen, discussieer je over de meetmethode in plaats van over het resultaat. Leg daarom per KPI vast wat de teller is, wat de noemer is en welke gevallen je uitsluit. Telt een deal die door de klant is uitgesteld als verloren of blijft hij open staan? Dat soort afspraken bepalen of je cijfers over kwartalen heen vergelijkbaar blijven. De derde voorwaarde is tijdigheid: een KPI die je pas na afloop van het kwartaal ziet, kan het kwartaal niet meer redden.

De vierde is een norm die ergens op gebaseerd is. Kies liever je eigen gemiddelde van vorig jaar plus een realistische stap dan een getal uit een internationaal benchmarkrapport dat over een heel andere markt gaat. En de vijfde: elke KPI heeft een naam van een persoon ernaast staan. Niet een afdeling, een persoon. Een KPI zonder eigenaar wordt in de wekelijkse bespreking altijd de KPI van iemand anders.

20 sales-KPI's met formule, voorbeeld en valkuil

Hieronder staan twintig verkoop-KPI's die in een Nederlands mkb-bedrijf betekenis hebben. Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken — sterker nog, dat moet je niet doen. Loop de lijst door, kies er vier tot zeven die passen bij het knelpunt dat je nu hebt, en laat de rest staan tot je ze nodig hebt. Bij elke KPI staat de formule, zodat je hem kunt narekenen met de getallen die je al hebt.

Let vooral op de kolom met de valkuil. Bijna elke verkoop-KPI is te beïnvloeden zonder dat er één euro extra binnenkomt. Winratio stijgt zodra je twijfelgevallen niet meer als kans registreert. Doorlooptijd daalt als je verloren deals eeuwig open laat staan. Het aantal contactmomenten stijgt vanzelf als je elk mailtje logt. Wie een KPI aan een beoordeling of bonus hangt zonder deze bijwerkingen te benoemen, krijgt precies het gedrag dat de KPI beloont in plaats van het resultaat dat hij bedoelde.

Twintig sales-KPI's: formule, waarom je hem meet en waar het misgaat.
KPIFormuleWaaromValkuil
Winratiogewonnen deals ÷ (gewonnen + verloren) × 100Laat zien of je aan de juiste kansen werkt. 20 gewonnen van 80 afgeronde deals = 25%.Stijgt zodra je twijfelgevallen niet meer registreert. Meet altijd samen met het aantal kansen.
Gemiddelde dealwaardeomzet uit gewonnen deals ÷ aantal gewonnen dealsDe hefboom die je vaak sneller kunt bewegen dan volume. 180.000 ÷ 24 = 7.500 euro.Eén grote opdracht trekt het gemiddelde scheef. Kijk ook naar de mediaan.
Doorlooptijd verkoopcyclussom van dagen tussen eerste contact en getekend ÷ aantal gewonnen dealsBepaalt hoeveel maanden vooruit je pijplijn moet zijn gevuld. 1.400 dagen ÷ 20 = 70 dagen.Daalt kunstmatig als je verloren deals nooit afsluit, want die tellen niet mee.
Nieuwe gekwalificeerde leads per maandaantal leads dat aan je kwalificatiecriteria voldoet, per maandDe brandstof voor alles wat erna komt. Zonder norm hier is elke andere KPI symptoombestrijding.Zonder vastgelegde kwalificatiecriteria telt iedereen anders en is de trend waardeloos.
Lead-naar-klant-conversienieuwe klanten ÷ nieuwe leads × 100Verbindt marketing en verkoop in één getal. 18 klanten uit 300 leads = 6%.Vergelijkt appels met peren als leadbronnen wisselen. Splits per bron.
Conversie per pijplijnfasedeals die de fase verlaten ÷ deals die de fase binnenkwamen × 100Wijst de fase aan waar je pijplijn echt lekt, in plaats van de totale conversie.Bij kleine aantallen per fase is één deal al tien procentpunt. Meet per kwartaal.
Pijplijnwaardesom van de waarde van alle openstaande kansenHet eenvoudigste getal om wekelijks te volgen. 42 kansen × gemiddeld 6.000 = 252.000 euro.Zegt niets zonder opschoning: oude deals die niemand meer belt blazen het cijfer op.
Pijplijndekkingpijplijnwaarde ÷ omzetdoel voor de periodeBij 25% winratio heb je ruwweg vier keer je doel in pijplijn nodig. 252.000 ÷ 90.000 = 2,8×.Een dekking van 4× betekent niets als de helft van de deals al maanden stilstaat.
Gewogen pijplijnsom van (dealwaarde × kanspercentage van de fase)Realistischer prognose dan de ruwe pijplijnwaarde. Basis voor je omzetverwachting.De kanspercentages per fase zijn vaak ooit verzonnen en nooit meer getoetst aan de praktijk.
Aantal verstuurde offertesaantal offertes verstuurd in de periodeDe duidelijkste leidende indicator die er is: geen offertes deze maand, geen omzet over twee maanden.Meer offertes zonder kwalificatie verlaagt je acceptatiegraad en kost alleen tijd.
Offerte-acceptatiegraadgeaccepteerde offertes ÷ verstuurde offertes × 100Meet prijsstelling en kwalificatie tegelijk. 14 van 40 geaccepteerd = 35%.Offertes die nooit een nee krijgen blijven open en houden het percentage kunstmatig hoog.
Reactietijd op een nieuwe leadtijd tussen binnenkomst van de aanvraag en het eerste echte contactDe KPI met de kortste weg naar meer omzet zonder extra leads. Meet in minuten, niet in dagen.Een automatische bevestigingsmail tellen als contact maakt het cijfer mooi en zinloos.
Contactmomenten per gewonnen dealtotaal aantal contactmomenten ÷ aantal gewonnen dealsVertelt hoeveel opvolging een klant kost. 7 momenten per deal is een bruikbaar planningsgetal.Stijgt vanzelf zodra je meer gaat loggen. Vergelijk alleen binnen dezelfde registratieafspraken.
Afspraken per verkoper per weekaantal gevoerde verkoopgesprekken ÷ aantal verkopers ÷ aantal wekenDe activiteit-KPI waar een verkoper zelf volledig invloed op heeft.Een gesprek van tien minuten telt even zwaar als een intake van een uur.
Omzet per verkopernieuwe omzet in de periode ÷ aantal verkopersBepaalt of uitbreiding van het team rendabel is. 480.000 ÷ 4 = 120.000 euro per persoon.Straft de collega die de moeilijke of kleinere markten bedient zonder dat dat zichtbaar is.
Klantacquisitiekosten (CAC)(verkoopkosten + marketingkosten) ÷ aantal nieuwe klantenZet je groei in verhouding tot wat die kost. 60.000 ÷ 20 = 3.000 euro per klant.Vergeten personeelskosten mee te tellen maakt het cijfer een fractie van de werkelijkheid.
Klantwaarde (LTV)gemiddelde jaaromzet × gemiddelde klantduur in jaren × brutomargeBepaalt hoeveel je mag uitgeven om een klant te winnen. 9.000 × 4 × 0,45 = 16.200 euro.Een geschatte klantduur van tien jaar is meestal wensdenken bij een jong bedrijf.
LTV ÷ CACklantwaarde ÷ klantacquisitiekostenEén getal dat zegt of je verkoopmodel klopt. 16.200 ÷ 3.000 = 5,4.Een hoge verhouding kan ook betekenen dat je te weinig investeert in groei.
Klantverloopopgezegde klanten in de periode ÷ klanten aan het begin × 100Nieuwe omzet die weglekt aan de achterkant telt dubbel zo zwaar als omzet die je niet wint.Bij weinig klanten is één opzegging al een grote uitschieter. Meet per jaar.
Netto-omzetbehoud(beginomzet + uitbreiding − verloop) ÷ beginomzet × 100Laat zien of je bestaande klantenbestand vanzelf groeit. 108% betekent groei zonder nieuwe klanten.Werkt alleen bij terugkerende omzet; bij losse projecten is het cijfer betekenisloos.

Van omzetdoel naar activiteitendoel: de rekensom die niemand maakt

Een jaardoel van 250.000 euro nieuwe omzet is niet uitvoerbaar. Wat een verkoper op maandagochtend nodig heeft, is een aantal gesprekken. Die vertaling maak je met drie KPI's die je al hebt: gemiddelde dealwaarde, winratio en de conversie van gesprek naar offerte. Stel: je gemiddelde deal is 7.500 euro. Dan heb je 250.000 ÷ 7.500 ≈ 34 nieuwe klanten nodig. Met een winratio van 25% moet je 34 ÷ 0,25 = 136 offertes uitbrengen. Als één op de twee eerste gesprekken tot een offerte leidt, zijn dat 272 verkoopgesprekken per jaar.

Deel dat door 46 werkbare weken en je komt op ruim zes gesprekken per week. Dat is het getal dat een agenda kan sturen. Ligt het aantal boven wat je team realistisch kan halen, dan weet je meteen dat er iets anders moet: een hogere gemiddelde dealwaarde, een betere winratio door strenger te kwalificeren, of simpelweg een lager doel. Dat gesprek voer je in januari met een rekensom, in plaats van in oktober met een onderbuikgevoel.

Reken de doorlooptijd er ook in mee. Duurt je verkoopcyclus gemiddeld zeventig dagen, dan telt een gesprek dat je in november voert niet meer mee voor het jaardoel. Praktisch betekent dat: je pijplijn voor het vierde kwartaal wordt gevuld in het tweede en derde. Dat is precies waarom pijplijndekking als KPI zwaarder weegt dan de omzet van deze maand — de omzet van deze maand is al beslist.

  • Omzetdoel ÷ gemiddelde dealwaarde = benodigd aantal nieuwe klanten
  • Aantal klanten ÷ winratio = benodigd aantal offertes
  • Aantal offertes ÷ gesprek-naar-offerte-conversie = benodigd aantal gesprekken
  • Aantal gesprekken ÷ werkbare weken = het weekgetal dat je agenda stuurt
  • Doorlooptijd bepaalt hoeveel maanden vóór de omzet je die gesprekken moet voeren

Welke KPI's horen bij welke rol

Eén dashboard voor het hele bedrijf klinkt netjes en werkt zelden. Een verkoper heeft KPI's nodig die hij deze week kan beïnvloeden; een directeur heeft KPI's nodig die iets zeggen over het model. Als je die door elkaar haalt, krijg je vergaderingen waarin de helft van de tafel naar cijfers kijkt waar ze niets mee kunnen. Verdeel daarom bewust, en zorg dat elke rol een set van hooguit een handvol getallen heeft.

Voor een verkoper werken activiteits- en conversie-KPI's het beste: aantal gevoerde gesprekken, aantal verstuurde offertes, reactietijd op nieuwe leads en de eigen winratio. Dat zijn allemaal getallen die vandaag door eigen gedrag bewegen. Voor een verkoopleider ligt het accent op de pijplijn als geheel: pijplijndekking, conversie per fase, doorlooptijd en gemiddelde dealwaarde. Die vertellen waar het proces hapert in plaats van wie er hard werkt.

Voor de ondernemer of directeur draait het om de economie eronder: klantacquisitiekosten, klantwaarde, de verhouding daartussen, verloop en netto-omzetbehoud. Die cijfers bewegen langzaam en hoeven maar per kwartaal op tafel. Een goede vuistregel: hoe hoger in de organisatie, hoe trager de KPI en hoe langer de meetperiode.

  • Verkoper (wekelijks) — gesprekken, offertes, reactietijd, eigen winratio
  • Verkoopleider (wekelijks tot maandelijks) — pijplijndekking, conversie per fase, doorlooptijd, gemiddelde dealwaarde
  • Marketing (maandelijks) — gekwalificeerde leads per bron, lead-naar-klant-conversie, kosten per lead
  • Directie (per kwartaal) — CAC, klantwaarde, LTV ÷ CAC, verloop, netto-omzetbehoud

KPI's bijhouden zonder er een rapportageklus van te maken

De reden dat KPI's in het mkb doodbloeden is bijna nooit gebrek aan belangstelling. Het is dat iemand elke maandag een uur bezig is met het bij elkaar sprokkelen van getallen uit een offertemap, een mailbox en een Excel-bestand. Na zes weken slaat die persoon een keer over, na tien weken is het dashboard verouderd en daarna praat niemand er meer over. De oplossing is niet meer discipline, maar zorgen dat de cijfers een bijproduct zijn van het werk zelf.

Dat lukt als de registratie op één plek gebeurt: elke kans in dezelfde pijplijn, elke offerte gekoppeld aan die kans, elke verloren deal ook echt afgesloten met een reden. Dan zijn winratio, doorlooptijd, pijplijndekking en acceptatiegraad geen rekenwerk meer maar een weergave. In HelloGrowthCRM komen die getallen uit de pijplijn en de offertes die je team sowieso al bijwerkt; je hoeft er geen apart bestand voor te onderhouden.

Begin klein. Kies drie KPI's, spreek precies af hoe je ze berekent, en bespreek ze acht weken lang elke maandag in tien minuten. Blijft een cijfer acht weken lang zonder gesprek of actie, dan is het geen KPI voor jouw bedrijf. Vervang hem dan door een indicator die wél tot een besluit leidt.

Vijf fouten die een KPI-set onbruikbaar maken

De eerste en meest voorkomende fout is te veel meten. Een dashboard met twintig getallen dwingt niemand tot een keuze, want er is altijd wel iets groen. De tweede is een KPI kiezen die het team niet kan beïnvloeden, zoals totale marktomzet of een cijfer dat volledig door inkoopprijzen wordt bepaald. Dan ontstaat er machteloosheid, en machteloosheid leidt tot het negeren van het hele dashboard.

De derde fout is een norm zonder onderbouwing. Als niemand kan uitleggen waarom de winratio op 35% moet uitkomen, wordt elke afwijking een discussie over de norm in plaats van over de oorzaak. De vierde is het meten van een KPI op een frequentie die niet past bij hoe snel hij beweegt: klantverloop wekelijks bespreken bij veertig klanten levert alleen ruis op. En de vijfde is een KPI aan een bonus hangen zonder de bijwerking te benoemen — dan optimaliseert het team de teller in plaats van het resultaat.

Er is nog een stille zesde: cijfers presenteren zonder de onderliggende registratie te controleren. Als een kwart van de deals geen sluitingsdatum heeft en verloren kansen open blijven staan, zijn je doorlooptijd en winratio allebei verkeerd, en wel systematisch te gunstig. Voordat je een KPI aan iemand toewijst, loop je één keer de datakwaliteit na. Dat kost een middag en voorkomt een jaar aan verkeerde conclusies.

Wat je met HelloGrowthCRM in huis haalt

Een definitie die je kunt navertellen

KPI staat voor key performance indicator. Het is een meetwaarde met een norm, een periode en een eigenaar — die drie toevoegingen maken het verschil met een willekeurig getal uit een rapport.

Het verschil met een metric, in één zin

Elke KPI is een metric, maar bijna geen metric is een KPI. Je meet honderd dingen; je stuurt op vijf. Alles wat je niet gebruikt om een beslissing te nemen, hoort in de bijlage.

Het verschil met een doel, in één zin

Een doel is de uitkomst die je wilt (30 nieuwe klanten dit jaar). Een KPI is de indicator die onderweg vertelt of je daar komt (conversie per fase, aantal offertes per maand).

Leidende en volgende indicatoren

Omzet is een volgende indicator: als hij tegenvalt, is het al gebeurd. Aantal gesprekken, offertes en pijplijnwaarde lopen vooruit. Stuur op de leidende, verantwoord je met de volgende.

Twintig formules die je zelf kunt narekenen

Bij elke KPI in deze gids staat de formule, niet alleen de naam. Je kunt ze allemaal invullen met de getallen die nu al in je CRM of in je offertemap staan.

Bij elke KPI de valkuil

Elke verkoop-KPI kan gemanipuleerd worden. Winratio stijgt als je minder kansen registreert; doorlooptijd daalt als je verloren deals nooit afsluit. De valkuil staat er daarom bij.

Van omzetdoel naar activiteitendoel

Met winratio, gemiddelde dealwaarde en conversie reken je een jaardoel terug naar het aantal gesprekken per week. Dat maakt een doel voor het eerst uitvoerbaar op maandagochtend.

Een KPI-set per rol

Een verkoper, een verkoopleider en een directeur hebben andere KPI's nodig. Dezelfde set voor iedereen levert vergaderingen op waar de helft van de tafel niets kan doen.

Normen die passen bij het mkb

De rekenvoorbeelden gebruiken bedragen en aantallen die een Nederlands bedrijf met vijf tot vijftig mensen herkent, niet de miljoenenpijplijn van een beursgenoteerde softwareverkoper.

Meetfrequentie per KPI

Sommige KPI's kijk je wekelijks na (reactietijd, aantal offertes), andere per kwartaal (klantwaarde, verloop). Te vaak kijken naar een trage KPI leidt tot ruis-gestuurde beslissingen.

Wat je nodig hebt om te kunnen meten

Een KPI is alleen betrouwbaar als de onderliggende registratie compleet is. Verloren deals afsluiten, datums invullen en bronnen bijhouden is saai werk dat je cijfers geloofwaardig maakt.

Wanneer je een KPI vervangt

Een KPI die drie kwartalen op de norm staat, stuurt niets meer aan. Dan is het een hygiënecijfer geworden en mag er een andere indicator op het dashboard komen.

Veelgestelde vragen

Wat betekent KPI?

KPI is de afkorting van key performance indicator, in het Nederlands kritieke prestatie-indicator. Het is een meetwaarde die je bewust hebt uitgekozen omdat hij aangeeft of je een belangrijk doel gaat halen. Het woord key is het belangrijkste deel van de afkorting: het gaat om de paar getallen waar je op stuurt, niet om alles wat je kunt tellen.

Wat is het verschil tussen een KPI en een metric?

Een metric is elk getal dat je kunt meten, zoals het aantal verzonden e-mails of websitebezoekers. Een KPI is een metric waar je een norm, een meetperiode en een eigenaar aan hebt gehangen, omdat je erop wilt sturen. Alle KPI's zijn dus metrics, maar de meeste metrics worden nooit een KPI. Die keuze is precies het werk.

Hoeveel KPI's moet een bedrijf hebben?

Vier tot zeven per team of per rol werkt in de praktijk het beste. Minder dan vier geeft een te smal beeld, meer dan zeven zorgt ervoor dat er altijd wel iets goed staat en dat niemand nog een keuze hoeft te maken. Een mkb-bedrijf komt vaak uit op drie tot vijf KPI's voor verkoop en een paar voor de directie per kwartaal.

Wat zijn goede voorbeelden van sales-KPI's?

Voor de meeste mkb-verkoopteams zijn dit de bruikbaarste vijf: aantal nieuwe gekwalificeerde leads per maand, aantal verstuurde offertes, offerte-acceptatiegraad, winratio en pijplijndekking. Ze dekken samen instroom, activiteit, kwaliteit en vooruitzicht. Reactietijd op nieuwe leads is een sterke zesde, omdat het meestal de snelste weg naar meer omzet is zonder extra leads.

Hoe bereken je een winratio?

Deel het aantal gewonnen deals door het totaal aantal afgeronde deals — dus gewonnen plus verloren, zonder de nog openstaande kansen — en vermenigvuldig met honderd. Twintig gewonnen van tachtig afgeronde deals is een winratio van 25 procent. Belangrijk: sluit verloren deals ook echt af, anders zit je noemer structureel te laag en lijkt je winratio beter dan hij is.

Wat is het verschil tussen een leidende en een volgende indicator?

Een leidende indicator loopt vooruit op het resultaat: aantal gevoerde gesprekken, verstuurde offertes, pijplijnwaarde. Je kunt er deze week nog iets aan doen. Een volgende indicator bevestigt achteraf wat er is gebeurd: omzet, marge, klantverloop. Je hebt beide nodig, maar je stuurt op de leidende en je verantwoordt je met de volgende.

Hoe vaak moet je KPI's bespreken?

Laat de frequentie aansluiten bij de snelheid van de KPI. Activiteits-KPI's zoals gesprekken en offertes bespreek je wekelijks in tien minuten. Pijplijndekking en conversie per fase passen bij een maandelijkse bespreking. Trage cijfers zoals klantwaarde, verloop en acquisitiekosten hoef je maar per kwartaal op tafel te leggen, anders bespreek je vooral toeval.

Kies drie KPI's en meet ze acht weken lang

Begin met winratio, aantal verstuurde offertes en pijplijndekking. Spreek precies af hoe je ze berekent, bespreek ze elke maandag tien minuten en kijk na acht weken wat er is veranderd. In HelloGrowthCRM komen die drie rechtstreeks uit je pijplijn, zodat het bijhouden geen apart klusje wordt.

Gratis starten met één pijplijn